Direct naar content

Belonen van pathologische financialisering is niet slim

Verlaag de belasting op arbeid en verhoog de kapitaalbelasting. Dat stimuleert investeringen in de werkelijke economie, gericht op werkgelegenheid, innovatie en productie. Nu belonen we nog pathologische financialisering terwijl we duurzame groei belasten.

Dat is niet erg slim, betoogt Dirk Bezemer, hoogleraar Economie van de Internationale Financiële Ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zo’n belastingmaatregel past in het opschudden van het financiële stelsel. “Dat is noodzakelijk, omdat de groei van de financiële sector, van de vermogens en van de schulden vele malen groter is geweest dan de groei van onze inkomens en dus van de economie. Dat is een probleem, want tegenover ieder financieel tegoed staat een financiële claim. Door de wildgroei aan financiële producten van de laatste dertig jaar zijn onze schulden dus erg hoog.”

Ongekende groei van welvaart en innovatie

De financiële liberalisering is volgens Bezemer volledig doorgeschoten. “We hebben in de jaren negentig een ongekende ‘boom’ gehad. Dat was de tweede golf van internationalisering, de eerste was eind negentiende eeuw. Tot aan de crisis was er een ongekende groei van de welvaart en van innovatie, maar dat ging hand in hand met veel financiële kwetsbaarheden. De groei van financiële producten staat in geen verhouding tot de productiviteit van de wereldeconomie. Dat betekent groei van schuld die uiteindelijk drukt op onze inkomens. De financiële globalisering heeft eerst de internationalisering van de economie ondersteund, maar is eind jaren negentig met de dotcombubbel en vervolgens de vastgoedbubbel doorgeschoten.”

Van investeren in de echte economie wordt iedereen beter

Dirk Bezemer

Volgens Bezemer werden op dat moment de eerste symptomen zichtbaar van financiële pathologie. “In de loop van de jaren negentig is financiële ontwikkeling omgeslagen in financialisering. Een gezonde ontwikkeling werd een ziekte. De symptomen van dat ziektebeeld zijn dat leningen op grote schaal niet alleen meer werden ingezet voor duurzame projecten die werkgelegenheid en winst opleveren, maar ook om vermogenswinsten te realiseren. Dus niet in productie, goederen en diensten, waar het eigenlijk om draait in de economie, maar in het opjagen van vermogensprijzen van vastgoed, land, aandelen, obligaties en allerlei derivatenproducten. Daar wordt de verkoper wel rijk van, maar de koper moet een hogere prijs betalen en zich dieper in de schuld steken. Alles bij elkaar wordt de economie daar niet beter van. Dat is een zero sum situatie. Terwijl van investeren in de reële economie iedereen beter wordt, dat is de kracht van het kapitalisme en van de markteconomie.”

“Onze economie heeft een financieel waterhoofd”

Een ander symptoom van de pathologische financialisering is volgens Bezemer dat er een industrie is ontstaan die rijkdom creëert voor mensen die al rijk zijn. “Die kunnen investeren in de financiële markten. Wie geen vermogen heeft kan niet profiteren van de mooie rendementen. Die ongelijkheid zet onze maatschappij onder druk en daar moeten we dus iets aan doen. Tot en met de jaren zeventig groeide de financiële sector door regulering met belastingregels niet zoveel sneller dan de economie. De belasting op kapitaal was vrij hoog en die is nu bijna niets meer. We belonen datgene waar we al veel te veel van hebben, namelijk financiële producten en rendementen op financiële producten. De belasting op zaken waar het eigenlijk om draait, arbeid en toegevoegde waarde, is enorm toegenomen. Daarmee belasten we juist wat heel belangrijk is voor ons, namelijk duurzame groei. Dat is heel dom.”

Bezemer stelt dat het technisch niet ingewikkeld is om de financiële sector te laten krimpen ten opzichte van de reële economie, en daarmee ook onze schulden te verkleinen. “Er zijn naast belasting op kapitaal nog tal van reguleringsvormen te bedenken, zoals stoppen met het subsidiëren van schuld. Dat is een kwestie van politieke wil en dat gaat pas gebeuren als er dingen dreigen mis te gaan die aanwijsbaar te maken hebben met het financiële waterhoofd dat onze economie nu heeft. Die politieke urgentie is nu nog afwezig. Het zou mooi zijn als politici en bestuurders de wijsheid hebben om juist in goede tijden ons stelsel te hervormen zodat we klaar zijn voor de slechte tijden die ook wel weer gaan komen.”

We hebben meer kleine banken nodig

In zo’n nieuw stelsel heroriënteert de financiële sector zich op het zo effectief mogelijk ondersteunen van de reële sector. “Daar is een gevarieerder financieel landschap voor nodig. Tijdens de crisis zijn veel kleine banken failliet gegaan, de grote zijn overgebleven. We hebben meer kleine banken nodig, andere besturingsmodellen, coöperatieve banken die meer gericht zijn op hun leden. Maar ook specifieke ontwikkelingsbanken met specifieke innovatieve financieringsinstrumenten voor bijvoorbeeld de transitie naar duurzaamheid of de vergrijzing. De overheid kan een omgeving creëren waarin het loont om dat te doen.”

BBP-groei op zich is geen probleem

Bezemer ziet de roep om zero growth niet als een bruikbaar antwoord op de explosieve groei van het financiële systeem. “Dat is een verkeerd begrip van economische groei. Natuurlijk moeten we onze natuurlijke hulpbronnen niet uitputten, dat staat buiten kijf. Maar economische groei gebeurt ook door juist daarin te investeren. We produceren nu al in veel opzichten schoner dan in de jaren zeventig door te investeren in technologie die dat mogelijk maakt. We hoeven niet te stoppen met groei van het BBP, dat is slechts een meetinstrument dat aangeeft dat er economische activiteit plaatsvindt. Dat cijfer zegt niets over groei in zonnepanelen of groei in diesels. BBP-groei op zich is dus geen probleem.”

Systeem veranderen als het goed gaat

Alles bij elkaar hebben we niet veel lering getrokken uit de laatste financiële crisis, vindt Bezemer. “Vooral niet de les dat je geen procyclisch beleid moet voeren. Belangrijker nog is de kwalitatieve les dat je het systeem het gemakkelijkst kunt veranderen als het goed gaat. Het is tegelijk ook het moeilijkst als het goed gaat, want dan voelen we de urgentie om het te doen niet. Verder zou ik graag het pleidooi horen van beleidsmakers en economen dat we ons klaar moeten maken voor de volgende recessie of crisis. Door in scenario’s te bedenken of we daar echt klaar voor zijn.”

Complexiteitsdenken wordt te weinig toegepast

Bezemer is voorstander van pluralistisch economisch onderwijs. “Je moet zowel de orthodoxe economische theorie leren - dat is ons intellectueel erfgoed - als alternatieve theorieën. Studenten moeten leren dat economie geen natuurkunde is maar een sociale wetenschap waarbij je altijd belangenconflicten hebt, want dat is eigen aan de maatschappij. Je moet verschillende modellen kennen om een antwoord op een economisch probleem te kunnen geven. Dus enerzijds het evenwichtsmodel van vraag en aanbod, anderzijds moet je de economie zien als een complex systeem. Een systeem van een heleboel eenheden, als huishoudens en banken, die interacties hebben. Dat systeem evolueert en is niet per se in evenwicht.

“We moeten ons klaarmaken voor de volgende crisis”

Je moet begrijpen waar de tendens naar instabiliteit vandaan komt en hoe orde optreedt. Zo’n manier van kijken is bijvoorbeeld heel normaal in de evolutiebiologie en andere wetenschappen. In economie wordt het complexiteitsdenken nog veel te weinig toegepast. Als je dat op middelbare scholen en op universiteiten leert, zul je niet meer zo gemakkelijk ingepakt worden door verhalen dat het goed gaat, dat het systeem stabiel is. Je leert dan dat er kantelpunten zijn en dat het plotseling heel anders zal gaan, beter of slechter. In het systeem zit ingebakken dat zich tijdens een periode van stabiliteit instabiliteit opbouwt. Dat weet je en je kunt je daarop voorbereiden zonder op een marxistische manier doem en instorting van het kapitalistisch systeem te prediken. Je hebt altijd boom and bust, maar je kunt voorkomen dat de boom eerst een bubbel wordt en dan een crisis.”

Blijf op de hoogte met onze updates

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

In ons privacy statement leggen we uit hoe we met je gegevens omgaan.