Direct naar content

Kernramp Tsjernobyl les in openheid voor pensioenbestuurders

Doofpotten en façades van deskundigheid zijn schadelijk, openheid duurt het langst. De ramp met de kerncentrale Tsjernobyl leert pensioenfondsen ook na ruim dertig jaar nog wijze lessen. Dit is aflevering drie uit de reeks over historische rampen en wat we daarvan in de financiële sector kunnen leren.

Eind april 1986 werd een horrorscenario werkelijkheid met de kernramp van Tsjernobyl. De reconstructie van de kernramp leest als een huiveringwekkend filmscript. Die reconstructie is ook nu nog waardevol. Zo is in Nederland het traditionele DB-stelsel, dat trekjes vertoonde van het verouderde reactortype van Tsjernobyl, bijtijds gemoderniseerd. Wel kunnen pensioenfondsen zich de vraag stellen of ze daadwerkelijk alle informatie op tafel leggen en daar open over communiceren. En of de modernisering van het stelsel nog steeds voldoende tempo heeft.

De ochtendvergadering van de directie van de kerncentrale Forsmark in Zweden werd op maandag 28 april 1986 onderbroken. Vanuit de controleposten kwamen verschillende meldingen van verhoogde stralingsniveaus binnen. De fabriek schakelde over naar verhoogde waakzaamheid en het Zweedse atoomagentschap werd onmiddellijk geïnformeerd. Volgens het veiligheidsprotocol werd al het niet beslist noodzakelijke personeel geëvacueerd. Al snel werd duidelijk dat de straling niet van een van de drie reactoren van Forsmark afkomstig was – het stralingsniveau was buiten de centrale hoger dan daarbinnen. Na het bestuderen van de windrichting en het identificeren van de radioactieve isotopen werd duidelijk dat er een er een groot niet-militair kernongeval had plaatsgevonden. Zweden verklaarde diplomatiek “Er heeft een kernongeval plaatsgevonden in een land ten oosten van Finland”. Zo hoorde de westerse wereld voor het eerst over de kernramp van Tsjernobyl.

Drie dagen eerder, op 1.300 km afstand in het noordelijk deel van wat nu Oekraïne heet, bereidde het management van de nucleaire kerncentrale Tsjernobyl een test voor – de centrale had een veiligheidsprobleem dat aangepakt moest worden. Als de stroom uit zou vallen zouden de nooddieselaggregaten meer dan 60 seconden nodig hebben om voldoende vermogen te leveren om de hoofdcirculatiepompen te bedienen die de reactorkern koelen. Plaatsvervangend hoofdingenieur Anatoly Dyatlov, wilde testen of het mogelijk was om deze tijdsinterval te overbruggen door voldoende restenergie te onttrekken aan een van de hoofdstoomturbines terwijl de reactor zonder stroom zat.

Een veiligheidstest die gruwelijk fout liep

De test begon net na middernacht op 25 april. Het vermogen van de reactor werd langzaam teruggebracht en om 02.00 uur werkte die op 50% vermogen. Het duurde tot 23.00 uur totdat de Russische elektriciteitsautoriteit toestemming gaf om de reactor stil te leggen. Aanvankelijk verliep dit volgens plan, maar om 00.30 uur in de ochtend van 26 april liep het vermogen van de reactor veel sneller terug dan verwacht. Wachtchef Aleksandr Akimov wilde de test afbreken en liet de reactor vanzelf stilvallen, maar de plaatsvervangend hoofdingenieur overrulede hem. Dyatlov liet de extra regelstaven van de reactor omhooghalen om het vermogen te laten toenemen. Rond 01.00 uur stabiliseerde de reactor.

Om de reactor te laten doorwerken met dit lage vermogen had Dyatlov om 01.19 uur het automatische uitschakelsysteem afgezet. Op zes na werden alle regelstaven verwijderd om op het voor de test vereiste vermogen te komen. Drie minuten later begonnen de drukkanalen binnenin de reactor te scheuren waardoor de druk in de stoomvaten snel terugviel. Om 01.23:40 uur drukten de operators op de noodstopknop die alle regelstaven weer zou laten zakken, maar die kwamen vast te zitten toen ze zich pas op een derde van de vereiste hoogte bevonden. Enkele seconden later bereikte de reactor meer dan honderd keer zijn maximale vermogen en de uranium staven in de kern begonnen te smelten. Het water in de drukkanalen verdampte en veroorzaakte een stoomontploffing die het gigantische betonnen dak van de reactor wegblies. Door de binnenstromende zuurstof vatte het grafiet vlam – de grootste kernramp in de geschiedenis.

We moeten niet bang zijn om alle informatie op tafel te leggen

De omvang van de ramp werd aanvankelijk niet ingezien. Dyatlov bleef erbij dat het om een ontploffing in een noodtank boven de reactor ging en dat de reactorkern zelf nog intact was. Binnen enkele uren na de ramp schreef de Russische onderminister van energie een geheime boodschap naar de Russische Communistische Partij waarin hij deze misvatting meedeelde en verklaarde dat er geen reden was om de nabijgelegen stad Pripyat te evacueren. Om 08.00 uur kwam de ochtendploeg om de overige reactoren te bedienen die pas 24 uur na het ongeluk werden stilgelegd.

Pas in de ochtend van 27 april werd de enorme omvang van de ramp erkend. Er zijn ontelbare meldingen van onzelfzuchtige en heldhaftige acties van mensen die het vuur bestreden om te voorkomen dat de ramp zou verergeren. De eerste reddingwerkers hadden geen beschermende kleding of dosismeters. Het leger riep jonge mannen op uit alle hoeken van de Sovjet-Unie om te helpen, maar er was niet voldoende beschermende kleding voor iedereen en velen moesten zelf met loden plaatstukken hun beschermende uitrusting maken. De bouw van een tijdelijke betonnen sarcofaag begon een maand na het ongeval en werd half december voltooid. De 600.000 mensen die deelnamen aan de opruimwerkzaamheden staan bekend als ‘de liquidatoren’.

De bevolking werd niet geïnformeerd

De mensen die in de buurt van de kerncentrale van Tsjernobyl woonden kregen geen informatie, laat staan training, over wat te doen in geval van een kernongeluk. In Pripyat, waar de medewerkers van de kerncentrale woonden, verzamelden mensen zich op een spoorbrug naar de Tsjernobyl-centrale om naar het grafietvuur te kijken dat in alle kleuren van de regenboog brandde. Deze brug staat bekend als de Brug des Doods omdat de mensen die naar het vuur bleven kijken werden blootgesteld aan dodelijke hoeveelheden straling. Het leven in Pripyat ging door net als anders en het duurde nog anderhalve dag voordat de opdracht werd gegeven om de stad te verlaten. In de dagen daarna werden mensen die binnen een straal van 30 km woonden geëvacueerd. In totaal moesten 115.000 mensen hun huizen verlaten en alles wat ze hadden achterlaten, om nooit meer terug te keren.

Het Sovjetregime censureerde informatie over het Tsjernobyl-ongeluk zwaar. Op 28 april was er een kort bericht op de staatstelevisie. De volgende dag berichtte een Oekraïense krant met zes zinnen kort over het ongeluk, verstopt op pagina 3. In de nabijgelegen stad Kiev werden mensen en vooral kinderen ‘gestimuleerd’ om deel te nemen aan de Dag van de Arbeid demonstraties op 1 mei. De wind was gedraaid en de stralingsniveaus in het stadscentrum waren honderd keer hoger dan de limiet die door de autoriteiten was vastgesteld. Naar schatting namen 120.000 volwassenen en kinderen deel aan de demonstraties, maar de kinderen van de partijtop waren al per vliegtuig uit het gebied gehaald.

Het duurde twee weken voordat de media melding maakten van dingen die mensen konden doen voor hun eigen veiligheid. Een artikel meldde dat stof gevaarlijk was en adviseerde om kinderen niet buiten te laten spelen, maar dat er geen direct stralingsgevaar was. Gedurende de twee jaar na het ongeluk probeerde de KGB doelbewust verspreiding van informatie over het Tsjernobyl-ongeval te voorkomen.

Hoe kon dit gebeuren?

Het ontwerp van de RBMK-reactor stamde af van de Russische militaire reactoren voor plutoniumproductie. Deze met licht water gekoelde en met grafiet als moderator werkende reactoren waren niet duur om te bouwen en goedkoop om in bedrijf te houden. Het ontwerp vergde geen zwaar water voor koeling en kon natuurlijk uranium gebruiken in plaats van het duurdere verrijkte uranium. Hierdoor konden de sovjets verschillende grotere reactoren bouwen die zo eenvoudig dat ze door lokale medewerkers konden worden bediend en onderhouden.

Nadeel van het ontwerp was dat de reactoren een gevaarlijk hoge positieve reactiviteitscoëfficiënt hadden. Het natuurkundig principe hierachter is vrij eenvoudig. Samen met het grafiet werkte het lichte water als een moderator maar het werd ook gebruikt om stoom te genereren die de turbines aandreef die op hun beurt elektriciteit produceerden. Als moderator absorbeerde stoom minder neutronen dan water en onder de extreme omstandigheden van de test zorgde dit voor een zichzelf versterkende feedback loop. Toen het vermogen begon toe te nemen werd er meer stoom geproduceerd wat op zijn beurt weer leidde tot een toename van het vermogen enzovoorts, hetgeen leidde tot het smelten van de kern.

De gevolgen zullen voor de komende generaties voelbaar zijn

In de Sovjet-Unie was het ontwerp van de reactor geheim en het was niet toegestaan om gebreken in het ontwerp te bespreken, zelfs niet door de mensen die de nucleaire centrales bedienden. Hierdoor was het vrijwel onmogelijk om te leren van kleinere ongevallen en veiligheidsprotocollen permanent te verbeteren. In plaats daarvan creëerde het een doofpotcultuur en het marginaliseren van incidenten. In de memoires van de directeur van het Koertsjatov-instituut voor Atoomenergie onthulde hij dat de geleerden er al lang van op de hoogte waren dat de RBMK-reactoren aanzienlijke ontwerpfouten hadden.

Het eerste rapport van het Internationaal Energieatoomagentschap INSAG 1 dat in september 1986 werd gepubliceerd legde de schuld van het ongeluk in feite bij de operators van de elektriciteitscentrale omdat ze de regels en voorschriften hadden overtreden. In 1992 werd een nieuw rapport gepubliceerd, INSAG 7, en dit concludeerde dat de problemen veel dieper zaten. “Gesteld kan worden dat het ongeluk het gevolg is van een gebrekkige veiligheidscultuur, niet alleen bij de Tsjernobyl-centrale, maar bij alle Russische ontwerp-, uitvoerings- en toezichthoudende organisaties voor atoomenergie in die tijd.”

Het Sovjetregime implementeerde verschillend verbeteringen in het reactorontwerp die de positieve reactiviteitscoëfficiënt verlaagden en een hogere kwaliteit uranium gebruikten. De World Association of Nuclear Operators is in 1989 opgericht als rechtstreeks gevolg van het Tsjernobyl-ongeluk en is gericht op nucleaire veiligheid door het openlijk delen van informatie en heldere communicatie tussen operators, zoals dat ook gebeurt in de burgerluchtvaart.

Gevolgen voor duizenden jaren

De gevolgen van het Tsjernobyl-ongeluk op de lange termijn zullen voor de komende generaties voelbaar zijn in het noorden van Oekraïne en het aangrenzende Wit-Rusland en Rusland. Het verboden gebied van 30 km is naar schatting gedurende de komende 3.000 jaar onbewoonbaar. De fall-out verspreidde zich niet gelijkmatig en het gebied buiten de verboden zone is geclassificeerd als zone 1 tot 4, afhankelijk van de mate van straling.

Het Sovjetregime relativeerde de gevolgen van het ongeval en deed niet veel om een lange termijn oplossing te vinden voor de verwoeste reactor. De gezondheid op de lange termijn van de ruim 600.000 liquidatoren is niet systematisch gevolgd, dus is het onmogelijk om de gevolgen op lange termijn voor hen in te schatten. Het officiële dodencijfer dat het Sovjetregime heeft gemeld is 31. Een VN-rapport schat het aantal voegtijdige overlijdens door het Tsjernobyl-ongeluk op 4.000, terwijl andere schattingen in de honderdduizenden lopen.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 kwamen besprekingen over een oplossing voor de langere termijn op gang. De sarcofaag was een tijdelijke oplossing die door de zwaartekracht bijeen werd gehouden doordat de bouwelementen op hun plaats waren neergelaten door helikopters. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren, maar het nieuwe onafhankelijke Oekraïne was allesbehalve een rijk land. In 2007 werd het Chernobyl Shelter Fund opgericht en het ontving 1,5 miljard euro van 45 donateurs. Het fonds wordt bestuurd door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling die een aanvullende 500 miljoen euro bijdroeg.

In 2010 begon de bouw van de New Safe Confinement op een paar honderd meter van reactor 4 en in oktober werd die op zijn plaats geschoven. De levensduur is naar schatting minstens honderd jaar en met het op afstand bedienbare kranensysteem kunnen de resten van de reactor stukje bij beetje ontmanteld worden en kan het puin op een veilige manier worden verwerkt. Toekomstige generaties kunnen hier hopelijk op terugkijken als het begin van een nieuw en positiever hoofdstuk in de Tsjernobyl-kroniek.

Lessen voor het Nederlandse pensioenbeleid

Het traditionele DB-stelsel lijdt aan eenzelfde ontwerpfout als de RBMK-reactor. In Nederland was men het erover eens dat het oude DB-stelsel het equivalent was van een hoge ‘positieve reactiviteitscoëfficiënt’. Maatregelen werden getroffen en het Nederlandse stelsel veranderde gaandeweg in een collectief DC-stelsel waarin indexatie voorwaardelijk is en pensioenrechten kunnen verminderen. Deze verandering in het ontwerp zorgde ervoor dat het Nederlandse collectieve pensioenstelsel zich aan kon passen in plaats van te worden beëindigd zoals het traditionele DB in het VK en de VS. Toch zijn er nog een paar onopgeloste kwesties in het Nederlandse stelsel als het gaat om neutraliteit tussen de generaties. De laatste stappen in deze transitie moeten nog worden gezet en het politieke doel is om in 2020 hiervoor een oplossing te hebben.

Het oude DB-stelsel lijdt aan eenzelfde ontwerpfout als de RBMK-reactor

Communicatie over de risico’s van Nederlandse pensioenfondsen naar hun deelnemers zou helderder moeten zijn. Het is belangrijk dat we geen optimistische ‘rekenrentes’ hanteren om de dekkingsgraad te verhogen en te indexeren. De deelnemers verdienen een objectieve waarderingsmethode die generatieneutraal is. De belangrijkste les van Tsjernobyl is niets in de doofpot te stoppen en de schuld ergens anders neer te leggen. We moeten er niet bang voor zijn om alle informatie op tafel te leggen en proberen om oplossingen te vinden die eerlijk zijn voor alle generaties – problemen verhullen achter een façade van deskundigheid en er maar het beste van hopen werkte niet in de oude Sovjet-Unie en zal niet werken in Nederland.


Wat we kunnen leren van rampen

Dit artikel maakt deel uit van een reeks over historische rampen, de oorzaken ervan en wat we daarvan in de financiële sector kunnen leren. Ook verschenen in deze reeks:
1. De watersnoodramp van 1953
2. De ramp met de Challenger
4. De ondergang van de Titanic


Auteurs: Stefan Lundbergh, Vita de Geus, Nicole Xu.


Vita de Geus-Kovalenko is een kind van Tsjernobyl. Zij was een jaar oud toen de ramp zich voltrok. Ze groeide op in het dorp Knyazha, in zone 3, op 250 kilometer afstand van reactor nummer 4. Lees hier haar persoonlijke verhaal hoe het was om op te groeien in de schaduw van Tsjernobyl.

Blijf op de hoogte met onze updates

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

In ons privacy statement leggen we uit hoe we met je gegevens omgaan.