Skip to content

Scenario 3: De Grote Depressie 2.0

In dit scenario maakte de verlengde lockdown in combinatie met hoge schuldniveaus de economie zo kwetsbaar, dat die vervolgens in een depressie belandde. Toen het aantal faillissementen toenam, trachtte de overheid aanvankelijk de situatie te stabiliseren. Maar op een bepaald moment namen de animal spirits in de economie het over en liep de situatie uit de hand. Dit leidde tot de massale verkoop van obligaties en aandelen en het oppotten van liquide middelen. Overheden waren niet in staat om de situatie te bezweren omdat de dynamiek van de financiële markt bepaalde wat er ging gebeuren. Dit scenario ontwikkelde zich tot een Minsky-schulddeflatie die leidde tot sterke economische krimp, grote vermogensverliezen en veel schuldafschrijvingen. Het gevolg was een depressie die vergelijkbaar was met die van de jaren dertig en die jarenlang voortduurde. Tegen het eind van deze depressie was het bbp met maar liefst 30% afgenomen. Maar de schulden werden afgebouwd en de vooruitzichten op groei waren veelbelovend, ondanks toenemende geopolitieke spanningen.

Download overview van de coronascenario's in cijfers

Tijdens de lockdown

Net als in Scenario #1 kromp de bedrijvigheid sterk door de lockdown omdat veel sectoren moesten sluiten. De werkloosheid steeg sterk en de overheid lanceerde tal van steunmaatregelen. Naarmate de lockdown voortduurde werd de economie kwetsbaar en vond een kettingreactie plaats, vergelijkbaar met de ontwikkelingen in het eerste gedeelte van Scenario #2. Farmaceutische ontwikkelingen hadden positieve effecten, het aantal IC-bedden werd opgeschroefd en het werd verplicht om een app te installeren die individuele verplaatsingen bijhield. Maar dit was allemaal niet genoeg. De lockdown, die varieerde tussen het laten vieren van de teugels en strenge maatregelen wanneer de besmetting weer toenam in veel landen, duurde lang, tot diep in 2021.

Domino-effect op robuuste bedrijven

In tegenstelling tot Scenario #2 versterkte dit de schadelijke feedback loops: de zwakkere economie leidde tot meer schuld, meer protectionisme en meer onzekerheid, en dus een zwakkere economie. Hierdoor kwam de economie er steeds slechter voor te staan. Naarmate de economische crisis zich verdiepte, belandde de economie zo in een zichzelf versterkende neerwaartse spiraal. De werkloosheid steeg en geld- en kredietbuffers van bedrijven raakten op, waardoor ze niet meer aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen. Dit had een domino-effect op bedrijven die nog wel robuust waren. De kwetsbaarheid van de economie bereikte het niveau van de Grote Depressie in de jaren dertig.

Verbetering van de stemming

Overheden probeerden de negatieve spiraal te doorbreken met stevige ingrepen en omvangrijke liquide middelen. Het merendeel van deze steun verdween echter in de richting van ‘Wall Street’ (multinationals en de financiële sector), in plaats van naar ‘Main Street’ (het midden- en kleinbedrijf), waardoor net als in 2008 de beleggers werden gered, maar veel producenten ten onder gingen. Dit zorgde wel voor een tijdelijke verbetering van de stemming op de financiële markten tijdens de lockdown, maar dat duurde niet voort toen het de verkeerde kant opging in de belangrijkste economische gebieden van de wereld.

Europese kredietwaardigheid verslechterd

De landen van de eurozone bereikten geen overeenstemming over schuldverlichting voor de zwakste leden. Gedurende de eerste drie maanden van de lockdown was hun kredietwaardigheid verslechterd. In april 2020 werden Spanje, Italië, Portugal, Griekenland, België en Frankrijk geconfronteerd met toenemende credit spreads, ondanks de grootschalige opkoop van obligaties door de ECB.

Economische ontwrichting

De VS had zo zijn eigen problemen. De federale regering slaagde er niet in om de gezondheidscrisis effectief te bedwingen en moest daarom met ongekende steunmaatregelen voor de economie komen. Hoewel de pandemie in de ene na de andere staat piekte in april en mei, duurden de lockdowns nog lang voort. Dit veroorzaakte grootschalige economische ontwrichting. Tijdens de lockdown raakten naar schatting 50 miljoen van de 165 miljoen werknemers hun baan kwijt en kelderde het bbp met ongeveer 30%.

Grote paniek

De berichten uit China over economisch herstel bleken gebaseerd te zijn op overoptimistische rapportages van lokale en regionale autoriteiten. Onafhankelijke schattingen gaven aan dat het bbp in 2020 met 15% was gedaald. In augustus 2020 werd Shenzhen getroffen door een tweede virusuitbraak die leidde tot grote paniek en die de productie in de regio en daarbuiten stillegde.

Collectief pessimisme

In de herfst van 2020 werden de economische pijn en de negatieve reacties van de financiële markten zo hevig dat de meeste regeringen de lockdown beëindigden. Op dat moment voelde al meer dan een derde van de bevolking de gevolgen van de crisis aan den lijve. De zware stress leidde tot collectief pessimisme en risicomijding met betrekking tot bestedingen en ondernemerschap. Dit vormde een voedingsbodem voor verhalen over een langer durende depressie die mensen nog afwachtender maakten om te investeren of geld uit te geven.

Na de lockdown

De nationale en internationale problemen veroorzaakten een diepe recessie in alle belangrijke economieën, ver voorbij het punt dat overheden de economie nog overeind konden houden door liquiditeit te verschaffen. De meeste regeringen probeerden de situatie nog te stabiliseren, maar die pogingen werden tenietgedaan door de ‘Minsky-dynamiek’ van schulddeflatie. Dit veroorzaakte een daling van de industriële bezettingsgraad tot bijna 40%, massale verkoop van obligaties en aandelen en het oppotten van liquiditeit en goud. De werkeloosheid in de VS piekte op 60 mln.

Prijsdeflatie

Bedrijven en huishoudens werden gedwongen leningen af te lossen ten koste van bestedingen aan consumptie en investeringen. Hierdoor ging overheidsgeld naar schuldterugbetaling in plaats van bestedingen, hetgeen de groei verder verzwakte. Kredietmarkten en banken stopten nagenoeg met het uitgeven van nieuw leningen. Ondanks de garantstellingen door de overheid vonden de particuliere geldleners de risico’s te groot. Deze schuldafbouw zorgde ook voor krimp van de geldhoeveelheid, wat zich vertaalde in prijsdeflatie.

Destructieve feedback loops

Deze prijsdeflatie veroorzaakte een feedback loop van dalende prijzen naar oplopende reële schulden en meer schuldafbetaling. Daardoor liepen winsten nog meer terug en werden investeringen uitgesteld. Dalende vermogensprijzen en verminderde vraag zorgden ook voor minder investeringen en productie. Dit alles creëerde de typische feedback loops van schuldgedreven deflatie, de zogenoemde Minsky-dynamiek. Huishoudens zonder baan konden niet meer aan hun hypotheekverplichtingen voldoen, dakloosheid steeg scherp terwijl de prijzen van onroerend goed bleven dalen. Banken kwamen met kredietverliezen te zitten omdat veel mensen ‘onder water’ stonden met leningen die groter waren dan de waarde van hun onderpand.

Gevolgen voor de langere termijn

Om de euro in stand te houden werden de eerste corona-obligaties medio 2021 uitgegeven. Dit gebeurde na omvangrijke kapitaalstromen tussen de landen in de eurozone en onder extreme druk van de kredietmarkten. Spanje, Italië, Portugal, Griekenland en Frankrijk waren al geconfronteerd met deflatie en verdere krimp. Zij hadden hun steunmaatregelen al moeten beperken waardoor de situatie snel verslechterde. De sterke deflatie in Europa dreef de wisselkoers van dollar en euro verder op en vergrootte het tekort van de VS. De Amerikaanse regering sloeg terug met importtarieven voor goederen uit Europa.

Handelsembargo en geopolitiek

Amerikaanse overheidsfunctionarissen beweerden te kunnen bewijzen dat het virus was ontsnapt uit een onderzoekslab in Wuhan. Dat veroorzaakte een anti-Chinese beweging die leidde tot een handelsembargo. China ontkende de aantijging categorisch maar werd hard getroffen door het embargo. Om de eigen economie te stimuleren investeerde China in haar militaire capaciteit en maakte het van de gelegenheid gebruik om de leemte te claimen die de VS in de regio Azië/Pacific had achtergelaten.

Oplopende vijandschap

Het toenemende protectionisme en de oplopende vijandschap tussen de drie economische machtsblokken verminderde de wereldhandel. Dit vertraagde de economische groei nog verder doordat productieketens meer en meer lokaal werden ingericht. Het bbp van de belangrijkste economieën daalde met een kwart tot een derde en de werkloosheid in de meeste economieën bedroeg 20 tot 40%. Alleen de meest liquide bedrijven en bedrijven die van nationaal strategisch belang werden geacht, met speciale toegang tot overheidsfinanciën, overleefden de depressie nog redelijk intact.

Groei, schuld en inflatie

Veel particuliere schuld was afgeschreven met faillissementen en veel bezittingen hadden hun waarde verloren. De grootschalige armoede en het gevoel dat de overheid haar burgers in de steek had gelaten zorgde voor maatschappelijke onrust, hamsteren van voedsel en onlusten. De politie ging de tijdens de lockdown verplicht geïnstalleerde monitoring-apps nu ook gebruiken om mensen op te sporen en in de gaten te houden. Deze gepolariseerde omgeving gaf een impuls aan nieuwe politieke bewegingen.

Historisch dieptepunt

Anders dan veel particuliere schulden was die van de overheid niet afgeschreven. De staatsschuld was enorm, zeker gezien het teruglopende bbp, en veel landen moesten hun betalingsverplichtingen opschorten. Dit betrof zelfs landen die eerder nog een goede kredietbeoordeling hadden. Dit kostte obligatiehouders veel geld en voor veel landen werden de internationale kapitaalmarkten nu gesloten omdat het vertrouwen zich op een historisch dieptepunt bevond en de geopolitieke spanningen opliepen.

Goede vooruitzichten

De depressie duurde nog twee jaar voort in de meeste economieën, gevoed door negatieve feedbackloops van deflatie, schuld, wisselkoersen, protectionisme, gebrek aan vertrouwen en politieke instabiliteit. Maar begin 2024 begon het stof op te trekken en kwam het vertrouwen geleidelijk weer terug. Toen er weer sprake was van economische groei was die aanzienlijk, maar vanaf een laag niveau. De pijnlijke depressie zorgde ervoor dat er geen inflatoire problemen waren en weinig schulden meer door herstructurering en faillissementen. De vooruitzichten waren goed. De instabiele geopolitieke situatie leverde nog de meeste risico’s op.

Deze percentages zijn jaargemiddelden

Download alle tabellen

Gevolgen voor de financiële markten

Tijdens de lockdown reageerden de markten positief op de stimuleringsmaatregelen omdat die hoofdzakelijk bedoeld waren om Wall Street in plaats van Main Street te ondersteunen. Naarmate de lockdown voortduurde beseften beleggers dat de echte economie substantiële schade had opgelopen, die nog niet was weerspiegeld in de waarderingen op de aandelenbeurs. Na de lockdown stelden overheden grootschalige herstelplannen op met omvangrijke stimuleringsmaatregelen, maar onder beleggers heerste het sentiment dat dit niet voldoende was. Velen begonnen daarom riskante assets van de hand te doen.

Negatief sentiment versterkt

Het negatieve sentiment sloeg over op de consumentenbestedingen en daarmee bereikten de stimuleringspakketten niet het beoogde effect. Op een bepaald moment lieten overheden hun whatever it takes beleid varen. Hierdoor nam de bedrijvigheid af waarop de aandelenbeurzen daalden en de credit spreads toenamen. Dit versterkte het negatieve sentiment. De particuliere beleggers keerden zich af van de kredietmarkten hetgeen nog hogere credit spreads en afname van transacties tot gevolg had. Ook de aandelenmarkt daalde geruime tijd.

Beleggers hervonden vertrouwen

Beleggers zochten hun toevlucht in cash, goud en kortlopende obligaties, waarvan ze de zeer negatieve rendementen gedurende enige tijd op de koop toe namen. Inflatie begon negatief te worden vanwege het uitblijven van de consumentenvraag. Na verloop van tijd zorgde bedrijven die niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen voor geleidelijk afnemende productiecapaciteit. De economie trok pas na een paar jaar weer aan, nadat beleggers het vertrouwen hervonden omdat ze dachten dat de bodem wel was bereikt.

Z-spreads core blijven laag dankzij beperkte uitgifte en veilige toevlucht. Developed Markets equity presteren net zo slecht als Emerging Markets equity vanwege de wereldwijde depressie en de focus op technologie in zowel de ontwikkelde als de opkomende markten.

Z-spreads core blijven laag dankzij beperkte uitgifte en veilige toevlucht.

Developed Markets equity presteren net zo slecht als Emerging Markets equity vanwege de wereldwijde depressie en de focus op technologie in zowel de ontwikkelde als de opkomende markten.

*Dit betreft jaarlijks rendement. De andere getallen zijn niveaus waarop gehandeld wordt in de markt. 

Download alle tabellen

De andere scenario’s: