Skip to content

Matchingportefeuille kan veel duurzamer dan vaak wordt gedacht, zonder in te leveren op rendement

Als het gaat om duurzaam investeren, denk je al snel aan het beleggen in aandelen van bedrijven die zichtbaar en concreet bijdragen aan een betere wereld, bijvoorbeeld doordat ze windmolen- of zonneparken ontwikkelen of elektrische auto’s bouwen. Het verduurzamen van de matchingportefeuille ligt minder voor de hand. Toch kun je ook met producten als obligaties en renteswaps wel degelijk impact realiseren. Per belegde euro is die impact weliswaar lager dan met aandelen, maar door de omvang toch heel relevant. Het gaat immers vaak om de helft van de beleggingsportefeuille van een pensioenfonds.

Cardano kocht al in 2016 de eerste duurzame obligatie

Bij Cardano kochten we al in 2016 onze eerste sociale obligatie. Deze werd uitgegeven door de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Vier jaar later beheren we veertig verschillende obligaties met een ESG-label voor verschillende klanten. Dat is zo’n 13% van het totaal en vertegenwoordigt inmiddels zo’n 400 miljoen op een totaal van 10 miljard aan obligaties. Een behoorlijk snelle groei dus, maar de cijfers laten ook zien dat duurzaam investeren nog aan het begin van de ontwikkelingscurve staat. Ter illustratie: de Nederlandse overheid heeft voor negen miljard aan groene staatsobligaties uitstaan, dat lijkt veel, maar op een totale schuld van 350 miljard is het nog marginaal.

We maken inzichtelijk hoe duurzaam de matchingportefeuille is

Maar de trend is onomkeerbaar, duurzaam investeren staat ook bij institutionele beleggers hoog op de agenda. Tegelijkertijd telt elke basispunt rendement in deze lage rente-omgeving, in het bijzonder bij de matchingportefeuille van pensioenfondsen. In dat krachtenveld is het van belang de juiste balans te vinden.

Rik Klerkx, head of Portfolio & Treasury Management bij Cardano: “Wij gaan pro-actief de dialoog met onze klanten aan. We maken heel transparant wat er in hun portefeuille zit aan groene, sociale en neutrale beleggingen en gaan op basis daarvan in gesprek over de beleggingsopdracht die wij krijgen. Nu staat daar vaak nog weinig over groen of sociaal in. De kernvraag is dus of de klant bereid is om er iets over duurzaam investeren in op te nemen. In die gesprekken merken we bij klanten vaak nog wat terughoudendheid. Het is voor hen lastig om in te schatten wat het effect op rendement op korte of lange termijn zal zijn van zo’n duurzame opdracht. Samen bekijken we hoe we binnen de restricties van de beleggingsopdracht ook met duurzame investeringen doelstellingen kunnen realiseren.”

Vraag stuwt prijzen groene obligaties op

Er zijn nog weinig data beschikbaar die houvast bieden voor de langere termijn. Op dit moment zien we dat een groene obligatie op de korte termijn inderdaad iets minder rendeert. Een illustratief voorbeeld hiervan zijn twee Duitse staatsobligaties die onlangs zijn uitgegeven. Twee vrijwel identieke obligaties, maar de ene neutraal en de andere groen. De groene levert nu één basispunt minder rendement op. Overigens is dit een gevolg van de veel grotere vraag dan aanbod, met als gevolg dat de prijs voor de obligatie steeg en dus minder rente oplevert in de komende jaren.

In de derivatenmarkt is duurzaamheid op gebied van E (Environmental) en S (Social) nog echt pionieren. Daarentegen we weten al jaren dat juist hier de G van governance een belangrijk criterium is.

Nu genoegen nemen met één basispunt minder kan verstandig zijn

Hoe het rendement van obligaties zich op de langere termijn zal ontwikkelen is dus niet met zekerheid te zeggen. Maar als voor een pensioenfonds duurzaam beleggen een van de speerpunten voor de toekomst is, is het volgens Klerkx een goed moment om ook voor de matchingportefeuille stappen te zetten. “Ik verwacht dat de stijgende vraag naar groene obligaties doorzet, terwijl het aanbod minder hard zal stijgen. Want het aanbod van groene projecten is immers niet oneindig. Als je nu bij die Duitse staatsobligaties al ziet dat de prijzen van neutraal en groen uit elkaar lopen, is de verwachting gerechtvaardigd dat die kloof nog groter zal worden. Als je weet dat de prijzen van groene obligaties nog verder zullen stijgen is het wellicht verstandig om nu met een basispuntje minder rendement genoegen te nemen.”

Ook bij derivaten is een duurzame afweging mogelijk

Bij Cardano spreken we over duurzaam investeren waarbij we ons richten op combinaties van Environmental, Social en Governance, de bekende ESG-factoren. Met groene en sociale obligaties dekken we de eerste twee letters van de afkorting – governance-obligaties bestaan niet. Hoewel we de uitgevers van obligaties natuurlijk altijd beoordelen op alle drie de factoren.

Rik Klerx CardanoKlerkx: “In de derivatenmarkt is duurzaamheid op gebied van E en S nog echt pionieren. Daarentegen we weten al jaren dat juist hier de G van governance een belangrijk criterium is. Ook hier brengen we in de dialoog met onze klanten transparantie aan. We kunnen bijvoorbeeld in overleg besluiten bepaalde bancaire tegenpartijen uit te sluiten omdat we kanttekeningen plaatsen bij de wijze waarop die instelling wordt bestuurd. Een voorbeeld hiervan is dat we als Cardano geen contracten voor klanten hadden lopen met Lehman Brothers toen die bank omviel, omdat we geen goed gevoel hadden bij hun governance.”

Grote behoefte aan eenduidig keurmerk of rating

Dat pionieren kenmerkt de fase waarin duurzaam investeren zich nu bevindt. Want ook als het gaat om obligaties is het vaak nog zoeken naar houvast en uniforme, eenduidige criteria om een product op duurzaamheid te beoordelen. Er zijn diverse bureaus die obligaties certificeren, maar het landschap is sterk versnipperd. Op weg naar volwassenheid is echt behoefte aan partijen zoals Fitch, Moody’s en S&P dat zijn op het gebied van credit ratings. Een of meerdere gezaghebbende instellingen die producten beoordelen op alle onderdelen van ESG. Dus als iets groen is, moet het ook een minimumwaarde scoren op social en governance.

Klerkx: “Bij gebrek aan zo’n onafhankelijke rating gaan wij daarom zelf in gesprek met de instellingen waarin wij beleggen en maken we onze eigen analyses. Als bijvoorbeeld de Franse spoorwegen een obligatie uitgeven, lijkt dat op het eerste gezicht een mogelijk groene obligatie, maar we gaan gedetailleerd in gesprek over wat men met de opbrengst van de obligatie gaat doen. Gaan er bijvoorbeeld dieseltreinen op het nieuwe spoor rijden, dan kan dat reden zijn voor een no-go.”

Dergelijke processen zouden dus sterk vereenvoudigd kunnen worden als er meer standaardisering komt in rating of certificering. Nu de markt voor duurzaam investeren steeds meer kritische massa krijgt, lijkt die mijlpaal in zicht.

Wil je eens verder praten over de mogelijkheden van duurzaam investeren? Neem contact met ons op.